België bedolven onder fijn stof
Fijn stof op de ring
De R0 is een belangrijke bron van fijn stof. Meetstations in de buurt slaan tilt met de regelmaat van de klok. Op de website van Irceline (de Intergewestelijke cel voor het Leefmilieu) kan je zien hoe in Haren in 2008 de kritische fijn stof drempel (max. 35 dagen per jaar overschrijding van de 50 microgram PM10) reeds meer dan zestig keer overschreden werd. Dat is bijna het dubbele van de overschreden normen. Minister Hilde Crevits (Leefmilieu en Openbare Werken) weet dat er een probleem is en reageer systematisch met de woorden: "auto’s die stilstaan produceren meer fijn stof dus een betere doorstroom door een bredere R0 is ook beter voor het milieu."
Het argument lijkt logisch maar is alles behalve correct. Een betere doorstroom zou er om te beginnen slechts voor een korte periode zijn. Door het aanzuigeffect lopen de wegen na 5 à 6 jaar weer vol. Ondertussen zijn hebben meer mensen zich met de wagen verplaatst waardoor globaal meer fijn stof werd geproduceerd. Die globale blik is belangrijk, want het file-deel van een traject is slechts een zeer klein deel van het totale traject. Zo klein dat de productie van fijn stof tijdens het file-deel verwaarloosbaar wordt in vergelijking met de totale fijn stof productie tijdens het hele traject.
Gelukkig kan goede mobiliteit ook op een andere manier dan via uitbreiding van de wegen. Hoe dat kan lees je in onze voorgestelde alternatieven.
Fijn stof: een Trojaans paard
Wat is nu eigenlijk zo problematisch aan dat fijn stof? Fijn stof draagt o.a. pcb’s, dioxines en zware metalen. Die komen uiterst efficient in ons lichaam via de wegen. Er zijn verschillende soorten fijn stof. Ze worden volgens grootte onderverdeeld in PM2.5 (de kleinste vorm) en PM10 (de grotere vorm). Roetfilters kunnen bijv. PM10 tegenhouden, maar niet PM2.5. Erger: door de wrijving kunnen de PM10 deeltjes gedeeltelijk omgezet worden tot PM2.5. Die laatste geraken het lichaam door hun uiterst kleine atmosferische diameter het gemakkelijkst binnen en kunnen dus ook het meest schade veroorzaken.
Dat neemt natuurlijk niet weg dat roetfilters heel wat problemen kunnen oplossen. Er komt door een ruim gebruik ervan globaal gezien minder fijn stof. De enige goede maatregel is gewoon systematisch het gebruik van interne verbrandingsmotoren afbouwen. Die technologie is niet enkel milieuonvriendelijk, maar ook bijzonder inefficiënt: tot 80 pct. van de energie gaat bij verbranding verloren aan warmte ...
Alle interne verbranding levert vroeg of laat fijn stof op
Fijn stof dat ontstaat door verbranding, door overslag (zonder water besproeing), enz. is primair stof. Het is de onmiddellijke uitkomst van een mechanisch proces. Maar er is ook secundair stof. Dat wordt gemaakt door de zgn. precursoren. Precursoren zijn stoffen die door binding later transformeren tot fijn stof. SO2, NOx, NH3 zijn voorbeelden van precursoren. Zij door chemische binding over in fijn stof. Zij zijn tegelijk ook belangrijke componenten van uitlaatgassen van voertuigen die rijden op zowel diesel en benzine.
Men mag dan wel zeggen dat diesel verantwoordelijk is voor fijn stof, de bezine-motor produceert evengoed precursoren die later in fijn stof overgaan. Onrechtstreeks zijn zij dus ook heel schadelijk. Iets meer dan 40 pct. van PM2.5 is secundair fijn stof!
